Vrouwen zien meer in de directe omgeving (180°) dus rijden ze beter in de stadkom omdat ze op alles beter letten.
Mannen hebben een tunnelzicht en rijden beter op de autostrade omdat ze alles in de verte in het oog houden.
Komt van vroeger. De mannen gingen op jacht en moesten geconcentreerd en gericht zijn op één bepaald punt voor hen.
Vrouwen waren in het dorp/kamp en moesten de onmiddelijke buurt (die 180°) in het oog houden.
Daarom zeggen ze wel eens van een moeder dat ze ogen op haar gat heeft.
