Backup doffe ellende op Linux? Dacht het niet...
Eerst even over backuppen, restoren en klonen (of imagen). Die laatste twee zijn bedoeld om een complete harde schijf bit voor bit naar een andere schijf te kopiëren, zodat je die in een nieuwe machine kunt plaatsen en een identieke omgeving voor je neus krijgt. Voordeel: zo hoef je op een nieuwe pc niet eerst een OS + software te installeren en de omgeving naar je hand/smaak te zetten.
Backup is wat anders: een kopie maken van data die je niet wilt verliezen.
Restoren (herstellen) is het terugzetten van belangrijke data die je toch bent verloren.
Voorbeeldje van die "ellende" in Linux om een backup van je complete home-map te maken:
$ rsync -tva /home/<user> /media/disk2/backup
De eerste keer wordt de hele map weggeschreven, wat even kan duren. Daarna alleen nog maar de veranderingen die zijn aangebracht en dat is doorgaans een kwestie van seconden. Gaat er wat mis in de home-map, dan kun je altijd je data vanuit de backup terughalen. De enkele keer dat ik dit nodig heb, doe ik dit met de hand.
Wil je ook herstellen/restoren, installeer dan:
$ sudo apt-get install rdiff-backup
Dat programma doet ongeveer hetzelfde als rsync, maar heeft daarnaast een restore-functie. Daarmee kun je aangeven om het systeem te herstellen naar dag-min-1 of dag-3 of week-1, etc. Uiteraard genereert dit een flinke data-overhead (al die restore-punten worden immers bewaard), maar dat kun je met de optie --remove-older-than 1W weghalen (1W staat voor één week).
Daarnaast is het nog mogelijk om met een eenvoudig scriptje in bijvoorbeeld Perl heel precies aan te geven wat je wilt backuppen en wat niet. Dus wat nou, doffe ellende? :-)